
Wat is neuroplasticiteit en hoe kan het mentale klachten en uitval helpen voorkomen?

Waarom raakt de ene medewerker volledig van slag door een kritische opmerking, terwijl een ander zijn schouders ophaalt en doorgaat?
Waarom blijft de één na een vervelend gesprek de hele avond piekeren, terwijl een ander het relatief makkelijk loslaat?
En waarom schieten we vaak steeds opnieuw in dezelfde reactie, zelfs wanneer we rationeel allang weten dat die reactie ons niet helpt?
Een belangrijk deel van het antwoord ligt in ons brein.
Ons brein reageert namelijk niet alleen op wat er gebeurt. Het probeert razendsnel te bepalen wat een gebeurtenis voor ons betekent en hoe we daarop moeten reageren.
Veel van die reacties ontstaan automatisch.
En precies daar wordt neuroplasticiteit interessant.
Want die automatische patronen liggen niet voor altijd vast.
Ons brein kan leren. En dus ook anders leren reageren.
Wat is neuroplasticiteit?
Neuroplasticiteit is het vermogen van onze hersenen om zich gedurende ons leven aan te passen onder invloed van ervaringen, leren en herhaling.
Ons brein is dus geen statisch systeem.
Wanneer we iets regelmatig doen, denken of ervaren, kunnen bepaalde verbindingen en netwerken in ons brein sterker worden. Daardoor worden bepaalde handelingen uiteindelijk steeds gemakkelijker en automatischer.
Denk maar aan autorijden.
Tijdens je eerste rijlessen moet je bewust nadenken over bijna iedere handeling.
Spiegels. Koppeling. Schakelen. Verkeer. Richting aangeven.
Een paar jaar later rijd je naar huis en realiseer je je soms nauwelijks meer welke handelingen je onderweg allemaal hebt uitgevoerd.
Je brein heeft geleerd.
Maar hetzelfde leervermogen speelt ook een rol bij de manier waarop we reageren op spanning, kritiek, conflicten en andere situaties die ons brein als bedreigend interpreteert.
Je brein probeert je voortdurend te beschermen
Stel dat je een kritische mail ontvangt van je leidinggevende.
De mail is de gebeurtenis.
Vervolgens moet je brein razendsnel bepalen wat die gebeurtenis betekent.
Is er niets bijzonders aan de hand?
Of is er gevaar?
Dat gevaar hoeft natuurlijk geen tijger te zijn.
Voor ons brein kan gevaar ook bestaan uit afwijzing, gezichtsverlies, onzekerheid, conflict, controleverlies of de angst om niet goed genoeg te zijn.
Wanneer het brein gevaar waarneemt, kan het automatisch een beschermingsreactie activeren.
We kennen vier veelvoorkomende reacties als:
Fight – aanvallen, boos worden, jezelf verdedigen.
Flight – vermijden, terugtrekken, uitstellen of willen ontsnappen.
Freeze – blokkeren, dichtklappen of niet meer weten wat je moet doen.
Fawn – pleasen, aanpassen, geen nee durven zeggen en je eigen grenzen opzijzetten.
Deze reacties zijn niet verkeerd.
Integendeel. Ze hebben een belangrijke functie wanneer we daadwerkelijk in gevaar zijn.
Maar er ontstaat een probleem wanneer ons brein deze reacties steeds opnieuw activeert in situaties waarin ze niet of niet meer behulpzaam zijn.
Van gebeurtenis naar automatische reactie
Je kunt dat proces heel eenvoudig weergeven:
Gebeurtenis → brein → automatische reactie → gedrag
Twee medewerkers kunnen precies dezelfde gebeurtenis meemaken en toch totaal verschillend reageren.
De ene medewerker krijgt kritiek en denkt:
Oké. Niet leuk. Wat kan ik hiervan leren?
Bij de ander gaat onmiddellijk het alarm af:
Zie je wel. Ik doe het niet goed. Straks vinden ze me ongeschikt.
De hartslag gaat omhoog.
Het lichaam spant zich aan.
Diegene begint zich te verdedigen, trekt zich terug of blijft de rest van de dag piekeren over het gesprek.
De gebeurtenis kan hetzelfde zijn.
De reactie van het systeem is dat niet.
En dat heeft niet alleen te maken met wie iemand is.
Het brein gebruikt eerdere ervaringen en aangeleerde patronen om te voorspellen wat er gebeurt en welke reactie daarbij nodig is.

Wat als fight, flight, freeze of fawn je default wordt?
Een automatische stressreactie is op zichzelf geen probleem.
We zijn gemaakt om spanning te kunnen verwerken.
Er gebeurt iets.
Ons systeem komt in actie.
De situatie gaat voorbij.
En daarna ontstaat weer ruimte voor rust en herstel.
Maar wat gebeurt er wanneer het brein steeds opnieuw dezelfde bedreiging waarneemt?
Bij kritiek: fight.
Bij spanning: flight.
Bij te veel prikkels: freeze.
Bij mogelijke afwijzing: fawn.
Wanneer zo'n reactie vaak genoeg wordt geactiveerd, wordt het voor het brein steeds gemakkelijker om opnieuw diezelfde route te nemen.
Wat ooit een reactie op een specifieke situatie was, kan steeds meer een automatische default worden.
En op een gegeven moment hoeft er misschien steeds minder te gebeuren om dezelfde reactie te activeren.
Een mailtje.
Een bepaalde blik.
Een opmerking van een collega.
Een volle agenda.
Alleen al de gedachte aan het gesprek van morgen.
Het brein heeft geleerd:
hier moet ik alert op zijn.
Het probleem ontstaat wanneer herstel uitblijft
Tijdelijke stress kunnen we doorgaans prima verwerken.
Het wordt problematisch wanneer het systeem steeds opnieuw wordt geactiveerd en onvoldoende terugkeert naar rust en herstel.
Iemand blijft 's avonds piekeren.
Slaapt slechter.
Blijft alert.
Gaat harder werken om controle te houden.
Trekt zich juist steeds verder terug.
Blijft overal ja op zeggen uit angst om anderen teleur te stellen.
Of reageert steeds heftiger op relatief kleine gebeurtenissen.
Zo kan een zichzelf versterkende cyclus ontstaan:
Trigger → automatische stressreactie → gedrag → onvoldoende herstel → grotere gevoeligheid voor nieuwe triggers → opnieuw dezelfde reactie.
En dat is belangrijk wanneer we mentale uitval willen begrijpen.
Want de uiteindelijke uitval ontstaat lang niet altijd door die ene gebeurtenis waarna iemand zich ziekmeldt.
Daar kan een veel langere periode aan vooraf zijn gegaan waarin het systeem steeds opnieuw werd geactiveerd en onvoldoende gelegenheid kreeg om daadwerkelijk te herstellen.
Een burn-out als noodsignaal van het systeem
Je kunt een burn-out vanuit dat perspectief ook bekijken als een krachtig signaal van het lichaam:
Dit kan zo niet langer. Er moet iets veranderen.
Het systeem is te lang overbelast geweest en normaal functioneren lukt niet meer zoals daarvoor.
Rust en herstel zijn dan geen luxe meer.
Ze worden noodzakelijk.
En uiteindelijk zijn er grofweg twee manieren waarop die situatie kan veranderen.
De omgeving verandert of iemand haalt zichzelf uit de belastende omgeving.
Of:
iemand leert in diezelfde omgeving anders reageren op gebeurtenissen die het brein tot dan toe steeds als bedreigend heeft geïnterpreteerd.
En precies die tweede mogelijkheid maakt neuroplasticiteit zo interessant voor het voorkomen van mentale klachten en uitval.

Neuroplasticiteit werkt namelijk óók de andere kant op
Hier zit de kans.
Dezelfde eigenschap van ons brein waardoor een automatische reactie door herhaling steeds gemakkelijker kan worden, maakt het ook mogelijk om andere patronen te ontwikkelen.
Ons brein kan blijven leren.
Door bewust te herkennen wat er gebeurt, een automatische reactie te onderbreken en andere, meer helpende reacties te oefenen, kunnen nieuwe patronen worden aangeleerd en versterkt.
Niet één keer.
Maar door oefening en herhaling.
Dat betekent niet dat iemand na een training nooit meer stress zal ervaren.
Dat is ook helemaal niet het doel.
Het betekent dat we mensen kunnen leren om meer invloed te krijgen op wat er gebeurt tussen een gebeurtenis en hun uiteindelijke reactie.
En daarmee ontstaat ruimte voor ander gedrag.
Mentale weerbaarheid is dus trainbaar
Dat verandert ook de manier waarop we naar mentale weerbaarheid kunnen kijken.
We behandelen mentale weerbaarheid nog vaak alsof het een karaktereigenschap is.
De ene medewerker kan nu eenmaal beter tegen druk dan de andere.
De één is stressbestendig.
De ander niet.
Maar als automatische reactiepatronen kunnen veranderen, betekent dat ook dat mentale weerbaarheid niet uitsluitend iets is wat iemand heeft.
Mentale weerbaarheid is óók iets wat je kunt trainen.
Je kunt leren om eerder te herkennen wanneer je systeem wordt geactiveerd.
Je kunt leren wat jouw automatische reactie is.
Je kunt leren om die reactie te reguleren.
En je kunt andere reacties oefenen die in dezelfde situatie behulpzamer zijn.
Dat maakt neuroplasticiteit ontzettend interessant voor preventie.

Want werkdruk kun je niet altijd wegnemen
Bij mentale klachten moeten we uiteraard óók naar de organisatie kijken.
Structureel te hoge werkdruk moet worden aangepakt.
Sociale onveiligheid moet worden opgelost.
Slecht leiderschap los je niet op door medewerkers mentaal weerbaarder te maken.
En een structurele onderbezetting verdwijnt niet door het brein te trainen.
De verantwoordelijkheid van de organisatie blijft bestaan.
Maar er is ook een andere werkelijkheid:
Niet iedere vorm van mentale belasting kan worden weggenomen.
Er zullen deadlines blijven.
Er zullen conflicten ontstaan.
Er zullen reorganisaties plaatsvinden.
Klanten kunnen boos worden.
Collega's kunnen kritiek geven.
Planningen kunnen mislopen.
En in sommige beroepen, zoals de zorg, is mentale en emotionele belasting zelfs onlosmakelijk verbonden met het werk.
We kunnen daarom niet alleen blijven vragen:
Hoe kunnen we de belasting verminderen?
We moeten óók vragen:
Hoe kunnen we mensen beter leren omgaan met de belasting die we niet kunnen voorkomen?
Goede preventie werkt daarom aan twee kanten
En daar ligt wat mij betreft een belangrijke kans voor duurzame inzetbaarheid.
Aan de ene kant moeten organisaties onnodige en ongezonde belasting zoveel mogelijk verminderen.
Aan de andere kant kunnen we het vermogen van medewerkers vergroten om gezond om te gaan met de belasting die onvermijdelijk overblijft.
Goede preventie vermindert niet alleen de belasting. Het vergroot ook het vermogen om met belasting om te gaan.
En juist aan die tweede kant biedt neuroplasticiteit interessante mogelijkheden.
Maar weten is nog geen kunnen
Daarbij moeten we één fout voorkomen.
We vertellen medewerkers al jaren wat ze zouden moeten doen.
Grenzen stellen.
Op tijd rust nemen.
Dingen loslaten.
Nee zeggen.
Hulp vragen.
Beter omgaan met stress.
Maar weten wat verstandig is, betekent nog niet dat je het ook doet wanneer je systeem onder druk staat.
Iemand kan uitstekend weten dat hij vaker nee moet zeggen.
Maar wanneer zijn automatische reactie bij mogelijke afwijzing fawn is, hoort hij zichzelf tijdens het volgende gesprek misschien toch weer zeggen:
“Ja hoor, geen probleem. Doe ik wel.”
En pas later denkt hij:
Waarom zei ik nou alweer ja?
Dat is niet per se een kennisprobleem.
Op het moment dat het ertoe deed, nam het automatische patroon het over.
Daarom is uitleg over mentale weerbaarheid niet hetzelfde als het trainen van mentale weerbaarheid.

Je moet het brein laten oefenen
Dat is precies waar neuroplasticiteit praktisch wordt.
Het begint met herkennen.
Wat triggert mij?
Welke betekenis geeft mijn brein aan die situatie?
Wat gebeurt er vervolgens in mijn lichaam?
Welke automatische reactie volgt?
Fight?
Flight?
Freeze?
Fawn?
En vervolgens:
Welke reactie zou mij in deze situatie beter helpen?
Die andere reactie moet niet alleen worden bedacht.
Hij moet worden geoefend.
Herhaald.
Ervaren.
Zodat het brein een alternatief leert voor de automatische route die het tot dan toe steeds heeft gekozen.
Zo ontstaat uiteindelijk een andere keten:
Gebeurtenis → bewustwording → regulatie → andere reactie → ander gedrag → herstel
In plaats van:
Gebeurtenis → automatische FFFF-reactie → stress → onvoldoende herstel → opnieuw FFFF
En daar ligt wat mij betreft een enorme kans.
Niet wachten op de crash
Veel interventies rondom mentale gezondheid beginnen pas wanneer er al klachten zijn.
Of erger: wanneer iemand inmiddels is uitgevallen.
Dan gaan we begeleiden, behandelen, coachen en re-integreren.
Maar als we weten dat automatische patronen trainbaar zijn, waarom zouden we dan wachten tot het systeem vastloopt?
Waarom zouden we medewerkers niet vóór die tijd leren hoe hun eigen systeem werkt?
Hoe ze hun automatische reacties kunnen herkennen?
En hoe ze hun brein kunnen trainen om andere, meer helpende reacties te ontwikkelen?
Dat is de preventieve potentie van neuroplasticiteit.
Niet beloven dat niemand meer stress krijgt.
Niet doen alsof iedere burn-out voorkomen kan worden.
Maar mensen vaardigheden geven waarmee ze eerder in de keten kunnen ingrijpen.
Voordat langdurige stress en onvoldoende herstel uiteindelijk tot serieuze klachten en uitval leiden.
Neuroplasticiteit inzetten binnen jouw organisatie
Binnen Your Proud Company zijn we daarom bezig met een praktische trainingsaanpak rondom neuroplasticiteit en mentale weerbaarheid.
Geen training waarin we medewerkers zes uur lang vertellen wat stress is.
En ook geen lijstje met tips over beter slapen, vaker nee zeggen en op tijd ontspannen.
We leren mensen begrijpen wat hun brein doet op het moment dat spanning ontstaat.
Welke automatische patronen worden geactiveerd?
Waarom gebeurt dat?
En vooral:
hoe kun je je brein trainen om op het moment dat het ertoe doet een andere, meer helpende reactie beschikbaar te hebben?
Want uiteindelijk zit daar het verschil tussen weten wat je anders zou moeten doen en daadwerkelijk anders kunnen reageren.
Wil je weten hoe je neuroplasticiteit praktisch kunt inzetten om de mentale weerbaarheid en inzetbaarheid van medewerkers te vergroten en daarmee de kans op mentale uitval te verkleinen?
Neem contact met ons op. We laten je graag zien hoe we dat aanpakken. > Klik hier voor het contactformulier <

