Duurzame inzetbaarheid krijg je niet bij de bedrijfsarts


We investeren als organisaties veel tijd, geld en aandacht in medewerkers die zijn uitgevallen.

We hebben een arbodienst.

Een bedrijfsarts.

Casemanagement.

Re-integratieplannen.

Interventies.

En natuurlijk is dat allemaal belangrijk.

Maar als je serieus werk wilt maken van duurzame inzetbaarheid, begint het daar veel te laat.

Duurzame inzetbaarheid krijg je namelijk niet bij de bedrijfsarts.

Die ontstaat in alles wat eraan voorafgaat.

Gezondheid ontstaat veel eerder

Een gezonde medewerker ontstaat niet tijdens een consult bij de bedrijfsarts.

Gezondheid wordt iedere dag opnieuw beïnvloed.

In de keuken.

In de sportschool.

Tijdens een wandeling.

Door voldoende slaap en herstel.

Maar óók tijdens het werk.

Door de hoeveelheid werk die iemand aankan.

Door de manier waarop een leidinggevende met medewerkers omgaat.

Door psychologische veiligheid.

Door autonomie.

Door ontwikkeling.

En door een cultuur waarin aandacht voor gezondheid normaal is.

Dat betekent niet dat een werkgever verantwoordelijk is voor iedere keuze die een medewerker maakt.

Maar wat mij betreft heeft een werkgever wél een verantwoordelijkheid om gezond gedrag te stimuleren.

Gezondheid verliest het gemakkelijk van de waan van de dag

Vrijwel iedereen weet dat voldoende bewegen gezond is.

Dat slaap belangrijk is.

Dat iedere avond op de bank hangen met een zak chips waarschijnlijk niet de beste investering in je toekomstige gezondheid is.

Het probleem is meestal niet dat we het niet weten.

Het probleem is dat andere dingen op dat moment belangrijker voelen.

Die deadline moet vandaag af.

Die mail moet nog beantwoord worden.

De kinderen moeten naar sport.

Het huishouden wacht.

En na een lange werkdag is de bank aantrekkelijker dan de sportschool.

Gezondheid heeft daarmee een vervelende eigenschap:

het is ontzettend belangrijk, maar meestal niet urgent.

Totdat het dat ineens wél wordt.

Wanneer iemand klachten krijgt.

Wanneer de energie structureel weg is.

Wanneer iemand uitvalt.

Of wanneer een arts vertelt dat er echt iets moet veranderen.

Dan schiet gezondheid plotseling naar de bovenkant van het prioriteitenlijstje.

Maar daar wil je eigenlijk vóór zijn.

Gezondheid hoort in kwadrant 2

Stephen Covey maakte in zijn bekende prioriteitenmatrix onderscheid tussen urgente en belangrijke zaken.

Gezondheid is bij uitstek een onderwerp uit kwadrant 2: belangrijk, maar niet urgent.

En juist daardoor is het zo gemakkelijk om het uit te stellen.

Morgen ga ik sporten.

Volgende maand ga ik echt beter eten.

Na dit project wordt het rustiger.

Na de vakantie ga ik eerder naar bed.

Totdat morgen maanden later blijkt te zijn.

Daar ligt wat mij betreft een belangrijke kans voor werkgevers.

Niet om gezondheid af te dwingen.

Maar om ervoor te zorgen dat gezondheid steeds opnieuw op de radar verschijnt.

Een werkgever hoeft geen leefstijlpolitie te worden

Dat betekent nadrukkelijk niet dat HR moet gaan controleren wat medewerkers in hun broodtrommel stoppen.

Of mensen moet wegen.

Of medewerkers moet bestraffen omdat ze niet sporten.

Daar geloof ik helemaal niet in.

Sterker nog: waarschijnlijk bereik je daarmee precies het tegenovergestelde.

Het gaat om stimuleren.

Om bewustwording.

Om gezond gedrag makkelijker en aantrekkelijker te maken.

Bied interventies aan.

Praat over herstel en energie.

Maak bewegen gedurende de werkdag normaal.

Train leidinggevenden om signalen eerder te herkennen.

Zorg dat medewerkers gemakkelijk ondersteuning kunnen krijgen als ze merken dat het minder goed gaat.

Communiceer niet één week per jaar over vitaliteit, maar het hele jaar door over gezondheid, energie en inzetbaarheid.

Niet belerend.

Niet veroordelend.

Maar positief en compassievol.

Want soms hebben mensen helemaal geen nieuwe informatie nodig.

Ze moeten alleen opnieuw worden herinnerd aan iets wat ze eigenlijk allang weten.

De verantwoordelijkheid ligt aan twee kanten

Voor mij is duurzame inzetbaarheid daarom een gedeelde verantwoordelijkheid.

De medewerker heeft een verantwoordelijkheid om zijn of haar gezondheid te cultiveren.

De werkgever heeft een verantwoordelijkheid om een omgeving te creëren waarin dat gemakkelijker wordt en gezondheid onder de aandacht blijft.

En daarbij mogen we het doel best wat groter maken dan alleen het verzuimpercentage.

We willen niet alleen dat iemand maandag op zijn werk verschijnt.

We willen dat mensen over tien, twintig of dertig jaar nog steeds gezond en energiek genoeg zijn om de dingen te doen die voor hen belangrijk zijn.

Om te reizen.

Te sporten.

Van hun pensioen te genieten.

Of op de grond te kunnen zitten en met hun kleinkinderen te ravotten.

Dat is voor mij duurzame inzetbaarheid.

Wacht niet tot de bedrijfsarts nodig is

Natuurlijk blijft goede verzuimbegeleiding belangrijk.

Als iemand uitvalt, wil je een goede bedrijfsarts, goede begeleiding en een effectieve re-integratie.

Maar een duurzame-inzetbaarheidsstrategie die voornamelijk begint ná de ziekmelding is geen preventieve strategie.

Dan ben je vooral heel goed geworden in reageren op de gevolgen.

De interessantere vraag is daarom niet alleen:

Hoe krijgen we deze medewerker weer aan het werk?

Maar vooral:

Hoe helpen we onze medewerkers gezond en inzetbaar te blijven, zodat ze de bedrijfsarts zo min mogelijk nodig hebben?

Want duurzame inzetbaarheid begint niet bij de bedrijfsarts.

Het begint lang voordat iemand hem nodig heeft.